Boekbespreking


Uit:

Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 45 (2006) 373-375


Boekbespreking

Onlangs verscheen de zesde druk van Interactiewijzer. Een opmerkelijk feit omdat in dit boek een theorie en een model worden uitgewerkt die in de meeste boeken over jeugdzorg ten onrechte niet aan de orde komen. Kennelijk is er in de praktijk toch meer belangstelling voor interpersoonlijke gedragingen. Waar gaat het boek over? De auteurs baseren zich op de theorie van Leary en de door hem ontworpen interactiecirkel. Leary heeft een belangrijke aanzet gegeven tot het bestuderen van het interpersoonlijke gedrag. Dat leidde in 1957 tot het standaardwerk Interpersonal diagnosis of personality. In de visie van Leary wordt het gedrag van mensen hoofdzakelijk bepaald in de interacties met anderen. In deze interacties spelen twee essentiële dimensies een hoofdrol:



De eerste dimensie heeft betrekking op de mate waarin mensen macht en controle over elkaar willen uitoefenen dan wel zich onderworpen voelen aan anderen. De tweede dimensie refereert aan de mate waarin mensen op elkaar zijn betrokken. Men kan heel dichtbij staan (gesteld zijn op de ander), maar men kan ook erg veraf staan (vijandig staan tegenover de ander) Deze beide grondkenmerken van interpersoonlijk gedrag vormen de basis voor de Interpersoonlijke Cirkel van Leary. Deze interacties kunnen in principe allerlei vormen aannemen, maar blijken uiteindelijk tot acht modaliteiten (gedragspatronen) terug te voeren. Leary heeft zijn Interpersoonlijke Cirkel vooral ontworpen met het oog op het verkrijgen van zinvolle aanknopingspunten voor effectieve interventies. Analyses van het interpersoonlijke gedrag kunnen duidelijk maken welke ingrepen gewenst zijn. Dat kan bijvoorbeeld gaan om het zich eigen maken van nieuwe gedragspatronen, om het afzwakken van sterk ingeslepen gedragingen en om het leren variëren in de sterkte waarmee interpersoonlijk gedrag wordt weergegeven. Het diagnosticum van Leary staat dus duidelijk in dienst van de beoogde behandeling. Verschillende onderzoekers hebben de Interpersoonlijke Cirkel van Leary verder uitgewerkt. In Nederland hebben Verstegen en Lodewijks dit model op originele wijze nader vormgegeven met tevens een geheel eigen terminologie. Uitgaande van de dominantiedimensie en van de affiliatiedimensie waarin respectievelijk een machtsaspect en een nabijheidsaspect schuilgaan, komen de auteurs tot de volgende acht segmenten of gedragspatronen (in trefwoorden):








Om meer inzicht te krijgen in de aard van de interacties worden de relaties in kaart gebracht tussen het kind en de opvoeder en tussen het kind en de andere kinderen. Dat gebeurt aan de hand van de vragenlijst BOTS. De letters staan voor B = boven (dominantie), 0 = onder (afhankelijk), T = tegen (vijandigheid), S = samen (genegenheid). De vragenlijst bevat uitspraken die betrekking hebben op de vraag wat het kind bij de professionele hulpverlener oproept, hoe het kind om gaat met andere kinderen en hoe andere kinderen met het betreffende kind omgaan. op basis van deze gegevens worden zogenoemde interactiewielen gemaakt die de acht segmenten laten zien met hun zwakke en sterke kanten. Daarna wordt in een interview met de professionele hulpverleners geverifieerd in hoeverre de beschrijvingen kloppen. Ten slotte wordt een plan opgesteld om verandering aan te brengen in de meest problematische interpersoonlijke gedragingen. De auteurs geven in hun boek voor eik van de verschillende acht segmenten gedragspatronen duidelijke aanwijzingen hoe deze kunnen worden veranderd. Het boek bevat meerdere oefenvoorbeelden om uiteenlopende interpersoonlijke vaardigheden te vergroten. Er is tevens een computerversie ontwikkeld om de gegevens op een betrouwbare wijze te verwerken en aanwijzingen te vinden voor een verdere behandeling. Wie meer wil weten over interpersoonlijke gedragingen bij jeugdigen en daarin verbetering wil aanbrengen, heeft met dit boek een goede leidraad in handen. De auteurs gebruiken een invalshoek die in de jeugdhulpverlening te weinig wordt benut. Dat het ene gedrag het andere uitlokt, wordt misschien wel onderkend, maar te weinig gebruikt als startpunt voor interventies. Soms lijkt het erop dat de problematische gedragingen van jeugdigen an sich zo sterk domineren en imponeren dat de hulpverlener voorbijloopt aan de invloed die uitgaat van de onderlinge relaties binnen de groep (gezin, leefgroep, schoolklas).


J. van der Ploeg

leiding en advies geven

versus

zich terugtrekken

winnen

versus

afwachten

strijden

versus

volgen

protesteren

versus

zorgen